Posts tonen met het label Vriendinnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vriendinnen. Alle posts tonen

11 december 2010

Liften.

Binnenkort alweer een jaar geleden en tot daarnet vergeten, maar teruggevonden krabbels bezorgen me levendige herinneringen en een glimlach.

Bordje Amsterdam.

- "Wa krijgk alsk ulle noar Gent breng? Es over aa billekes wrijve?" Goed begin van ons eerste liftavontuur ooit.

- De zakenman: "Sinds we kindjes hebben, kunnen we niet meer zo ver op reis gaan. We hebben wel een au-pair in huis genomen, zo houden we dat buitenlandse gevoel toch nog een beetje vast." Tip! Of tip?

- "Joh, ik heb vroeger ook nog gelift! Tegenwoordig doet men dat niet zo veel meer, he?" x 4.

- Boze man: "Jullie zijn knettergek! Het is hier levensgevaarlijk! Neem de trein! Knettergek!"

- Vrouwen nemen geen lifters mee, ze durven nog niet eens naar je bordje te kijken.

- Leve regen! Een verzopen kat wacht nog geen 5 minuten op een lift.


Bordje Antwerpen.

- Vertrek aan heuse liftstrook! Koppel dat naar Parijs lift, duidelijk hun eerste keer en denkende dat wij pro's zijn...

- "Amsterdam is afgelopen, helemaal afgelopen." wordt ons na enkele zalige dagen in de stad der grachten meegedeeld, argumenten ontbreken echter.

- "Ff kijken, ik zet jullie af bij Rotterdam Centraal, dat lijkt me wel een goede plek." Tegenstribbelen helpt niet en we dolen een uur rond op zoek naar een oprit of tankstation. Een Centraal Station? Nooit meer.

- Dan toch een vrouw die ons meepakt!

- Jongeman met plat Antwaerps accent in dikke SUV blijkt dan toch geen fils à papa te zijn, maar voetballer bij Ajax.

Februari 2010

10 december 2010

Il y a toujours quelque chose.

Ze dragen kledij en brillen uit de jaren stillekes, drinken wodka uit plastieken bekertjes en kaarten luidruchtig. Dat het weekend is moet duidelijk zo snel als mogelijk gevierd worden. Ik houd een plaatsje voor haar vrij op de trein en glimlach als ik haar in de verte zie verschijnen. Ik brei een grijze sjaal voor mijn lief, de Rode Koning, en zij heeft toevallig ook een breiwerkje bij. "Oh, les grand-mères", lachen de mannen om ons gebrei, maar we letten er niet op. We hebben elkaar al even niet gezien en gaan al snel op in elkaars verhalen. Ze vertelt over haar bewogen week, haar verdriet, zijn gebroken hart en haar twijfels. Ik luister en geef haar voorzichtig wat raad, maar uiteindelijk zal ze het zelf moeten ontdekken. Geen enkele breuk is hetzelfde.

Tegenover ons is een oudere man komen zitten, hij droomt voor zich uit. Ik voel dat ik verkramp door de treinrit en begin over mijn rugklachten tegen haar, ze studeert tenslotte voor kinesiste.

"Zwemmen, fietsen en wandelen," gooit de man er plots tussen, "dat moet je doen, elke dag een uur. Maar ja, er is altijd wel iets aan de hand he.. Ik schrijf een script, dat gaat daar ook over. Il y a toujours quelque chose!"

Ik glimlach geamuseerd. "Een script?", vraag ik.

"Ja," antwoordt de man enthousiast, "Ik ben al bijna zeventig hoor, maar ik schrijf een script voor een film over een moord. De duivel komt er ook in voor! Als ik het verkocht krijg, de kans is een op tienduizend, dan wil ik in Knokke leren surfen, zo met een parachute."

"Een parachute? Wilt u kitesurfen? Of bedoelt u windsurfen met een zeil?" vraagt zij.

"Jaja, zo met een parachute surfen! De kans is een op tienduizend! Oh, mais on verra, il y a toujours quelque chose!", zegt hij terwijl hij aanstalten maakt om te vertrekken.

We wensen hem veel succes en weg is hij. Zijn enthousiasme deed haar eindelijk weer lachen en mij nadenken. Een eigen verhaal schrijven en ook nog eens wilde plannen maken, wat fijn om tegelijkertijd zo oud en zo jong te zijn.

24 mei 2010

Brief.

Na twaalf jaar samen kenden we elkaar door en door, dat dachten we toch, en waren we vriendinnen geworden. Ik heb het echter vaak moeilijk gehad met onze vriendschap; ik voelde dat we op latere leeftijd nooit allemaal vriendinnen zouden zijn geworden, maar dat tijd en omstandigheden ons daartoe gedwongen hadden. Er was een onuitgesproken hiërarchie aanwezig en ook al deden jullie alsof dat een illusie was, wist iedereen wel beter. Onze vriendschap heeft me vaak gekwetst, maar ergens ben ik jullie daar dankbaar voor. Onbewust hebben jullie me uiteindelijk geleerd veeleisender te (mogen) zijn. Ik verlangde altijd al veel van mijzelf als vriendin, maar eis eindelijk evenveel van anderen. Ik neem afscheid van jullie, we zijn niet (meer) genoeg voor elkaar. De afstand die al drie jaar letterlijk aanwezig is, zal na dit schrijven ook figuurlijk zijn. Ik zal jullie altijd graag zien en koester onze herinneringen, jullie zijn een mooi deel van mijn verleden. Het verleden moet ik echter loslaten voor mijzelf, voor mijn morgen samen met anderen.

Na verdriet komt opluchting en na boosheid komt begrip - ook voor mij. Het ga jullie goed.

26 juni 2009

Gelukkig.

Ik vier vakantie, aan schrijven kom ik even niet toe. Ik ga op pad met mijn rugzak om over een week naar huis te keren, maar eerst nog even dansen met al mijn vriendinnetjes op een festival en daarna naar haar stad afzakken. Ik geniet.

19 juni 2009

Onveranderlijk.


Twaalf jaar hebben we samen doorgebracht. De lagere schooljaren vechtend en spelend, jongens tegen meisjes. De eerste middelbare schooljaren roddelend wat de meisjes betreft, pestend wat de jongens aangaat, nog steeds jongens tegen meisjes. De laatste jaren leerden we echter naar elkaar luisteren, elkaar aanvaarden. We werden hechter en hechter. Ondertussen waren we mannen en vrouwen geworden, zo voelden we ons tenminste, en eindelijk hadden we samen plezier. Onze leraren spraken over ons als de vreselijkste klas ooit om les aan te geven, tegelijkertijd de leukste groep sinds jaren.
Toen het einde van ons laatste jaar naderde, werd, zoals al jaren de traditie is, een mooi boek gedrukt waarin iedereen die afstudeerde een ereplaatsje kreeg. In het kadertje naast ieders foto werd in een paar zinnen door vrienden samengevat wie jij bent. Tenminste, dat is wat ik dacht, tot de dag dat ik las wat er over mij in het boek geschreven was. Er werd geen woord gerept over mij, over mijn karakter, het ging alleen maar over mijn uiterlijk. In de laatste zin werd wel nog even snel toegevoegd dat ik slim was, anders viel het natuurlijk iéts te hard op.
Ik was verdrietig, alleen maar dàt, na al die jaren? Toch stond er eigenlijk precies wat ik verwacht had. Ik had me enkele dagen voor we het boek zouden krijgen al afgevraagd wat ze in godsnaam over mij zouden schrijven. Ik kon veel bedenken, maar tegelijkertijd wist ik dat niets daarvan in het boek zou staan. Simpelweg omdat ze daar niets van afwisten. Simpelweg omdat ik hun niet de kans had gegeven mij echt te leren kennen. Ik besefte dat hun woorden niet vertelden wie ik ben, maar wie ik al die jaren bij hun was. Het besef dat ze me zo zouden herinneren, maakte me woedend. Ik was woedend op mezelf, woedend dat ik al die jaren gefaald had in zijn wie ik ben. Ik was echter ook woedend op hem, hij die mede verantwoordelijk was voor de persoonlijke verhaaltjes. Hij kende me beter dan iedereen, beter dan ik mezelf kende. Ik begreep het niet, het kwetste me.
Later die dag sprak hij me er op aan. Hij had gezien dat ik teleurgesteld was, iedereen had het gezien. Hij vertelde me dat hij mijn stukje niet geschreven had, dat een vriendin van me dat had gedaan, en dat het inderdaad niet over mij ging. Ik vertelde hem dat het me kwetste, omdat het bevestigde hoe ik me al die jaren gevoeld heb, omdat het bevestigde dat ik er niet in geslaagd was mezelf te openen, hoe hard ik ook geprobeerd had. Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ik zijn antwoord als een compliment of als een belediging moet opvatten. Het verwarmde mijn hart, hij kende me inderdaad beter dan wie dan ook, maar tegelijkertijd was het précies dat wat hij vertelde wat me zo ongelukkig maakte.
Hij vertelde me hoe frustrerend het voor hem is dat ik niet doorheb hoe mooi en anders ik ben, ook hoe frustrerend het is dat anderen dat niet doorhebben. Tegelijkertijd vond hij het echter mooi dat ik het niet doorheb, omdat ik het daarom niet uitbuit. Hij vertelde me dat ik bijvoorbeeld veel lees, weet en doe, maar ik daar nooit ook maar een woord over rep. Hij daarentegen praat de hele dag over de boeken die hij leest, over dat wat hij doet, hij wil al dan niet bewust laten zien hoeveel kennis hij heeft. Hij vertelde me dat ik juist altijd mezelf ben, maar dat niet besef. Hij vertelde me dat ik ongelofelijk veel geef aan anderen. Zonder dat zij dat beseffen. Zonder dat ik dat zelf besef. Zonder dat ik besef dat ik eigenlijk veel meer geef dan ik krijg, en dat ik helemaal niet erg lijk te vinden. Hoe mooi dat wel niet is. Hij vertelde me dat hij niemand anders kent die is zoals ik ben. Zo anders, zo mysterieus. Alsof je als het ware echt naar mij op zoek moet gaan om te ontdekken wie ik ben, om te weten wat ik allemaal onbewust verborgen houd. Hij vertelde me dat hij daarom zo veel van mij houdt.
Ik herinner me dat ik het heel fijn vond te luisteren naar wat hij vertelde. Ik herinner me dat ik nog nooit op die manier over mezelf had nagedacht. Hij hielp me beseffen wie ik ben, nog meer hielp hij me aanvaarden wie ik ben. Ik herinner me dat ik van hem hield. Ik herinner me echter ook dat ik het tegelijkertijd heel moeilijk vond te luisteren naar wat hij vertelde. Geef ik inderdaad meer dan ik krijg, meer dan ik terug verwacht? Is dat wel zo mooi? Laat ik me dan niet door anderen doen? Ik wil open zijn, maar wat als ik inderdaad echt zo gesloten en mysterieus ben? Wie wil er in hemelsnaam op zoek gaan naar mij?
Het is inmiddels twee jaar later. Ik weet niet of er iets anders dan toen zal uitkomen als er nu over mij geschreven zou worden, door oude of nieuwe vrienden. Ik denk van niet. Ik ben nog steeds gesloten, zelfs geslotener. Ik ben nog steeds meer luisterend dan pratend, meer gevend dan krijgend.
Ik vind het moeilijk van mezelf te houden. Ik vind het moeilijk te beseffen dat ik mezelf moet aanvaarden voordat ik mezelf kan veranderen. Ik weet niet eens of ik mezelf nog wel wil veranderen. Ik vind het moeilijk mezelf te moeten vertellen dat ik mooi ben. Hij vertelde me dat vroeger en ik geloofde hem, al dan niet terecht, maar dat doet er niet toe. Ik mis hem. Zij vertelde me dat ook, jarenlang. Zij is de enige die net zoals hij op zoek naar mij is gegaan. Zij vertelt me nu nog steeds dat ik mooi ben. Zij beseft zelf niet eens hoe mooi ze is. Ik mis haar.
Niet wetende wie ik ben, mis ik mezelf.

6 juni 2009

Winterse zomer.

Het regende en de wind was koud, enkele uurtjes bijpraten in een park vol zomer zat er vandaag helaas niet in. We besloten naar het hipste koffiehuisje van de stad te gaan. Niet omdat we van hip houden, de strakke inrichting mist sfeer. Ook niet omdat de baas ons complimentjes zal geven waardoor we zullen blozen, stiekem, omdat we wel weten dat hij de hele dag met complimentjes strooit. Neen, omdat daar nu eenmaal de lekkerste koffie ooit geserveerd wordt.

We besloten op het overdekte terras, inclusief mooie houten tafels en banken, wollen dekentjes en verwarming, te vertoeven. Het is bijna zomer, maar vanmiddag leek het alsof de winter nog even al haar charmes tevoorschijn had getoverd. We lachten dat we vanaf nu alleen nog maar koffie mochten komen drinken tijdens de wintermaanden. "Ook als het weer zoals vandaag een beetje in de war is", voegde zij er snel aan toe, "anders moeten we te veel cappuccino's missen." Ik beaamde, al dacht ik vooral aan de complimentjes van de baas. Dat zij daar ook aan dacht, net zo stiekem als ik, dat weet ik wel zeker.