24 april 2010

Pen en papier.

Sinds een tijd schrijf ik in een oud schriftje waarin ik vroeger op de eerste bladzijde met hanenpoten woorden als mus, miep, school en boom heb geschreven. Ik heb gemerkt dat ik veel liever schrijf op papier met een pen, dit nog altijd met hanenpoten, dan dat ik typ. Ik wil vooral op papier verder schrijven, maar sommige verhalen zullen hier verschijnen. Dit regelmatiger dan de afgelopen tijden; ik was Grijze Dagen weer eens uit het oog verloren.

Voorzichtig schrijf ik daar dat alles op zijn pootjes terecht lijkt te komen. Ik probeer het goed in de hand te houden, ik weet dat het vooral in mijn hoofd zit. Ik leef bewust, maar tegelijkertijd gaat alles bijna vanzelf. Al is geluk nog zo vergankelijk en broos, ik heb voor het eerst amper schrik het te verliezen. De afgelopen weken ging het geluk wel hand in hand met een gevoel van afstand ten opzichte van anderen. Soms lijken ze vreemden en begrijp ik hun niet. Of begrijpen we elkaar niet, zelfs niet na al die tijd. We spreken het niet uit, maar weten het allemaal. Tenminste, dat denk ik, al ligt het misschien ook enkel en alleen maar aan mijzelf. Vroeger werd ik verdrietig van dat eenzame gevoel, het deed pijn. Nu heb ik haar langzaam maar zeker lief. Ik weet dat ze niet blijft, ook al zal ze nog vaak wederkeren en brengt ze nog steeds pijn en twijfels met zich mee. Ik onderga haar echter niet meer, maar leer met haar omgaan. Ik voel me zelfs tegelijkertijd gelukkig. Grijs in al haar tinten is voor mij wit.

8 april 2010

Postduif.

Ik kan me de laatste deftige die ik schreef niet meer herinneren, het moet al jaren geleden geweest zijn. Op de enveloppe en het papier staan twee witte paarden in galop. Ik trek lijntjes met potlood en leen een vulpen. Ik schrijf, maar mijn handschrift is lelijk en ik begin opnieuw. Mijn handschrift blijft lelijk, maar ditmaal schrijf ik verder. Ik gom de lijntjes uit. Twee velletjes, beide kantjes. Ik mis je, daar komen alle woorden uiteindelijk op neer. Vandaag schreef ik een brief naar jou, de eerste van velen.