Een beetje triestig liet ik hem op het perron achter, maar kreeg snel gezelschap van vrolijke schoolkinderen op uitstap en van muzikanten met zelfgemaakte instrumenten. Uiteindelijk fleurde zij me op met haar verhalen over de vlinders in haar buik voor een (on)bekende. Na zes uur als een pakezel reizen met tram, trein en bus opende mijn zusje de deur van ons huis en gaf ons een knuffel.
Na een verkleedpartijtje verschijn ik samen met een italiaanse mama en een wereldreiziger op het verjaardagsdiner. Ik ben een tovenaar met staf, van onder mijn hoge zwarte hoed kan een wit konijntje tevoorschijn getoverd worden. De avond is fijn, een bont gezelschap, oud en nieuw. Ik geniet, omringd door zij die ik zo graag en tegelijkertijd zo weinig zie. Liefdevolle en ontroerende woorden worden aan haar opgedragen. We beloven elkaar vaker te zien, maar weten dat het desondanks voor al-tijd goed zit.
